Stoeterij Den Rijthof

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Wat is een PRE De kleuren

Rasbeschrijving

E-mail Afdrukken PDF

Rasbeschrijving van de Andalusiër

De raszuivere Andalusiër, oftewel de Pura Raza Española, komt van origine uit Spanje (zie geschiedenis).

De Andalusiër oogt elegant, aantrekkelijk en beschikt over een bijna sprookjesachtige uitstraling die maar weinig andere rassen kunnen evenaren. De Andalusiër is vaak (zilver)wit van kleur met lange zijdezachte manen en staart.

Het karakter is eerlijk, trots, werkwillig en temperamentvol (maar vooral ook zachtmoedig). De Andalusiër is zeer mensgericht en geeft de berijder of verzorger een natuurlijk vertrouwen.

Door hun bouw (korte rug en sterk gespierde achterhand) kan dit ras makkelijk verzamelen en werd daarom dan ook oorspronkelijk gebruikt voor het werken met vee en het stierenvechten in de arena. Zijn indrukwekkende gangen zijn ritmisch en altijd in balans. De draf is hooggrijpend en vol impuls. De galop is zacht en springend.

In Spanje worden vooral de hengsten gereden. Deze zijn zeer vriendelijk en worden in Spanje zelden gecastreerd. Dit komt doordat zij zich over het algemeen goed laten berijden en goede stalmanieren hebben.

In Nederland is de belangstelling sterk groeiend, vooral nu de stokmaat bij veel fokkers aanzienlijk verhoogd is tot ± 1.64 m. Mede hierdoor kan de Pura Raza Española makkelijk meekomen in de Nederlandse wedstrijdsport.

Uitgebreide rasbeschrijving

A) Algemene kenmerken

  • Evenwichtige bouw en een subconvex tot recht profiel.
  • Gelijkmatige conformatie, opmerkelijke algemene harmonie en grote schoonheid met een duidelijk verschil tussen beide geslachten.
  • Schitterende bewegingen, energiek, vol ritme, elastisch, met verheven en uitgestrekte gangen en opvallend makkelijk in de verzameling.
  • Een vurig temperament, edel, volgzaam en evenwichtig met een groot leervermogen.

B) Exterieur kenmerken

  1. Hoofd
    Evenwichtig gebouwd, gemiddelde lengte, droog, met een subconvex tot recht profiel.
    Oren middelgroot, erg beweeglijk, goed ingeplant en parallel. Wijd staande niet uitstekende oren.
    Voorhoofd licht breed en enigszins rond.
    Ogen, levendig, driehoekig met een expressieve uitdrukking, met gewelfde oogkassen, die niet uitsteken boven profiel.
    Aangezicht, relatief lang en iets smal toelopend (bij merries meer) subconvex of recht en droog.
    Neus, die geleidelijk toeloopt, zachte en ronde projectie van het gezicht, zacht en breed en niet uitstekend. Grote kaak, droog en met een lange discreet gebogen lijn.
  2. Hals
    Gemiddelde lengte en grootte, licht gebogen en gespierd (minder bij merries). Goede bovenlijn aan hoofd en romp. Overvloedige en zijde zachte manen.
  3. Romp
    Evenwichtig en robuust.
    Schoft, tamelijk breed en duidelijk aanwezig, een vloeiende overgang met de ruglijn.
    Rug, stevig, gespierd en bijna recht.
    Lendenen, kort, breed, gespierd en iets gebogen, goed aangesloten aan de romp en de achterhand.
    Kruis, van middelmatige lengte en breedte, rond en licht schuin aflopend.
    Staart, laag ingeplant en hangend tegen lichaam/zitbeen, vol en lang met lange fijn golvende haren.
    Borst, voldoende ruim en diep. Gewelfde ribben, lang en diep. Flanken wijd en correcte buik.
  4. Delen van de borstkas of voorhand
    Schouder lang, gespierd, schuin en elastisch.
    Bovenbeen, sterk met goede stand.
    Onderbeen, krachtig en middel lang.
    Goed ontwikkelde en droge knie.
    Pijp, lengte en omvang naar verhouding, met duidelijk uitgesproken pezen.
    Kogel, droog en markant en weinig beharing.
    Goed gevormde verzenen, goede buiging en richting.
    Goed ontwikkelde sterke hoef, evenwichtige afmetingen.
  5. Onderdelen van het bekken of achterhand
    Bovenbeen, gespierd, bil licht gebogen en gespierd met lang been.
    Sterk sprong gewricht, ruim en duidelijk.
    De daaronder liggende delen hebben dezelfde karakteristieken als de voorbenen.
    Voor en achterbenen dienen correct te zijn.

C) Opvallende kenmerken

  • Fijn en kort haar, voornamelijk schimmels en bruinen, andere kleuren zijn toegestaan.

D) Karakter, gedrag, temperament

  • Sobere, rustige, evenwichtige en sterke dieren.
  • Edel en volgzaam.
  • In staat makkelijk te leren en zich aan te passen aan verschillende disciplines en situaties.

E) Functionele eigenschappen en bekwaamheid

  • Grote bekwaamheid om diverse functies te realiseren.
  • Het makkelijk beantwoorden aan de hulpen van de ruiter, een aangename mond waardoor makkelijk gehoorzaamd wordt, wederzijds begrip met de ruiter en uitermate comfortabel.
  • De beste discipline is onder het zadel, met grote aanleg voor de dressuur (Alta Escuela, Doma Clasica en Doma Vaquera) voor het Rejoneo, Acoso y Derribo, voor de koets, als hulp bij het veehoeden, activiteiten in het veld en andere hippische disciplines.
  • De bewegingen zijn vlot, verheven, gestrekt, harmonieus en in cadans. Speciaal geschikt voor de verzameling en de wendingen op de achterhand.

F) Gebreken

  • Behalve de algemene voor het paard, ook de volgende:
  1. Algemeen
    Gebrek in de ontwikkeling, ontbreken van harmonie en wanverhouding tussen de delen en maten van het lichaam. Als zware gebreken worden gezien: een hol profiel in alle gradaties en een erg bol profiel, de convexe profielen zijn bezwaarlijk.
  2. Per onderdeel
    Hoofd, uitzonderlijk groot of te klein.
    Grote hangende, puntige oren en/of abnormaal bewegend.
    Voorhoofd te breed of te vlak.
    Uitpuilende oogkassen, bolle ronde ogen, geen pigment om de ogen.
    Neus, vierkant en breed, neusgaten rond en/of zonder pigment.
    Dikke kaken, niet in een ronde lijn verlopend.
    Smal toelopende lippen, uitstekende onderlip, hangende lippen, pigment verlies.
    Hals uitzonderlijk kort of overmatig dik, hertenhals of hol, wankel of met de neiging tot kiepen, verkeerde inplant op de borst of te zware hoofd/hals verbinding.
    Rechte weinig diepe romp, lage onvoldoende geprononceerde schoft.
    Vlakke rug, doorgezakte rug of sterk oplopend naar achteren, (hoog bij de tuber sacrale).
    Ingevallen lendenen, karperrug, of te weinig gespierd.
    Rechte of ingevallen borst, platte ribben in bovenste derde deel, of extreem gebogen ribben.
    Extreem rond kruis, horizontaal, dubbel of gedeeld, hellend vlak, ingezakt en gebroken, een onderbroken profiel van voor naar achter.
    Hoog ingeplante staart, los gedragen, of in trompetmodel, met eronder melanomen op anus of bilnaad.
    Monorchidi en cryptochordi (klophengst)
    Sterke van verticale lijn afwijkende beenstand, naar buitenstaande hoefstand, o-benen en ingezakte knie en koehakkig.
    Extreem lange, extreem korte, of te rechte verzenen. Kleine of slecht gevormde hoeven.
  3. Gangen
    Weinig verheven, onregelmatig, onvoldoende ruim en speciaal het uitzwaaien (campaneo).
  4. Gebreken die afkeuring tot gevolg hebben
    De aanwezigheid van een kiephals (gato) of de aanleg daar toe (gatillo, extreem opgehoopt vet).
    Een ingevallen (holle) niet gebogen hals of hertenhals.
    Monorchidi en cryptorchidi.
    Het niet halen van de minimale hoogte van de schoft 1.50 merries, 1.52 hengsten, gemeten met de meetstok.
Rasstandaard

Technische karakteristieken Hengsten Merries
Minimale schofthoogte  1,52  1,50
Minimale borsthoogte  0,66  0,65
Minimale hoogte van de grond tot aan de buikwand  0,82  0,80
Lengte van het lichaam  1,54  1,53
Borst breedte  0,40  0,40
Borst omtrek  1,80  1,81
Knie omtrek  0,33  0,31
Pijp omtrek  0,19  0,19