De vachtkleuren van de Pura Raza Española
In de stamboeken van de Pura Raza Española kon tot 2002 alleen een paard voor het fokken worden opgenomen indien hij onder de basiskleur grijs (Tordo) of bruin (Castaña) geregistreerd was.
Sinds 23 december 2002 heeft het Ministerie van Landbouw (Ministerial reguladora del caballo de Pura Raza Española) een nieuwe wet aangenomen, aangaande de vachtkleuren van de Pura Raza Española. De letterlijke vertaalde tekst luidt:
"De schimmel en de bruine kleuren zijn dominant, andere kleuren worden geaccepteerd"
Met deze uitspraak is niet alleen de voskleur officieel weer toegestaan na 32 jaar, maar ook alle andere kleuren. Kleur is dus niet langer meer een rascriterium of bepalend voor het opnemen van de paarden in het stamboek voor goedkeuring van fokken.
Schimmel (grey, tordo)
De meest voorkomende kleur van de Pura Raza Española is schimmel. Dit is een voornamelijk grijs overheersende kleur met een mix van andere kleuren, afhankelijk van zijn voorouders. De intensiteit van het aantal niet grijze haren is bepalend voor de uiteindelijke grijskleur.
Een schimmel wordt geboren met een donkere vacht en is als veulen bruin, vos of zwart, in elk geval nooit wit. De huid van de schimmel is zwart en ook de ogen zijn donker. De manen zijn dezelfde kleur of donkerder dan de vacht. Het is bij de geboorte moeilijk te zien of het veulen wel een schimmel zal worden. Het is erg belangrijk om vanaf de eerste dag goed te observeren of er kleine witte haartjes rond de ogen of achter de oren te zien zijn. Als deze aanwezig zijn, zal het paard in de loop der jaren bij iedere rui van kleur veranderen en steeds lichter worden. Dit verbleken van de vacht kan heel snel gebeuren bij de ene schimmel, en zeer langzaam bij een andere schimmel. Bij het volwassen worden van het paard zal het, op een paar uitzonderingen na, zijn wittere of grijzere vacht krijgen.
Naast de schimmel bestaat de haarkleur Roan, waarbij verspreide witte haren tussen de verder gekleurde vacht zitten. De zwarte huid van de schimmels voorkomt dat ze last hebben van de zon.
Het gen dat de witte kleur veroorzaakt is dominant en wordt G genoemd (van het Engelse Grey). Genen komen dubbel voor. De dominantie betekent dat ook een paard dat slechts één van dit gen bezit altijd een schimmel zal zijn. Het nageslacht van een schimmel met slechts één gen voor een schimmel, kan het andere gen, het recessieve gen, erven en hoeft daarom niet ook een schimmel te zijn. Dit betekent ook dat twee paarden die geen schimmel zijn, nooit een schimmel als nakomeling kunnen hebben. Het tempo waarmee een schimmel wit wordt, lijkt ook genetisch bepaald te zijn, maar via andere genen. Vanwege deze erfelijkheid is de schimmel de meest voorkomende kleur van de Pura Raza Española.
Het wit worden (ook wel schimmelen genoemd) van een jong paard gaat als volgt: De vacht van een donker veulen verandert langzaam in een gevlekte vacht om vervolgens helemaal wit, of wit met kleine zwarte of bruine plukjes haar daartussen. De tussenvormen, die vaak een eigen naam hebben, zijn dus altijd tijdelijk. De volgroeide schimmel kan echter nog wel enige haren van een andere kleur in zijn vacht bezitten, bijvoorbeeld heeft de vliegenschimmel hele kleine donkere vlekjes.
De benamingen van deze tussenvormen zijn:
|
Diepgrijs (very dark grey): |
Donkergrijs (dark grey): |
Blauwschimmel (bluish grey): |
|
Lichtgrijs (light grey): |
Zilvergrijs (silver grey): witte haren reflecteren op de zwarte huid wat het geheel een zilverachtige kleur geeft. |
Vuilgrijs (dirty grey) als de witte en zwarte haren niet gelijkmatig verdeeld zijn over het gehele paard, ziet het paard er 'vuil' uit. |
|
Vliegenschimmel (flea bitten grey, with black): |
Appelschimmel (dappled grey on white background): |
Appelschimmel (dappled grey on dark background): |
|
Vliegenschimmel (flea bitten grey, with red): |
Roodschimmel (rose grey): |
Roan (roan grey): |
Er zijn twee varianten roan bekend: De bij de PRE zeldzame kleur roan en de niet erkende kleur piebald, te herkennen door de aanwezigheid van omvangrijke witte vlekken op de nek en/of lippen en/of lichaamsdelen van het bovenbeen. Soms lijkt een Roan op een schimmel, of een schimmel op een Roan, het grootste verschil is dat de Schimmel elk jaar weer witter wordt. Een Roan veranderd wel van winter tot zomer vacht, maar blijft zijn hele leven ongeveer hetzelfde. En, belangrijk, een Roan houdt altijd een donker hoofd. Een schimmel wordt juist vrij snel wit op zijn hoofd.
Bruin (bay, castaña)
Bij de PRE tref je diverse kleuren bruin aan. Van lichtbruin, soms moeilijk te onderscheiden van een buckskin (beide hebben zwarte manen, staart en onderbenen) tot donkerbruin, welke soms moeilijk te onderscheiden zijn van de zwarte PRE.
Meest voorkomende varianten zijn:
|
Zwartbruin (black bay): |
Bloedbruin (blood bay): |
Wolfbruin (wolf bay): |
|
Guinda bruin (guinda bay): |
Bruinroan (bay roan): |
Lichtbruin (ligt bay): |
Vos (chestnut, alazana):
Roodachtige glans in diverse variëteiten. Eigenschap is dat kleur van de vlekjes op manen, staart en onderbenen, (bijna) hetzelfde zijn als de rest van de vachtkleur. Deze bruine kleur komt voor in diverse varianten als: geroosterd (toasted) kastanjebruin, licht kastanjebruin, donker kastanjebruin, etc.
|
Vos (chestnut, alazana) |
Koeienhaar-vos (Cow Hair Chestnut Colour) |
Zwart (black, negra)
De zwarte PRE kan in de zomer wat verbleken waardoor hij op een donker bruine (bay) PRE lijkt.
Van de zwarte PRE komen we de volgende varianten tegen:
|
Diepzwart (true black): |
Rookzwart (smoky Black): |
Roodzwart (reddish black): |
| Zwartroan (black roan): met kleine porties witte haren. |
Wit (white, blanca)
Werkelijk witte paarden, zijn zeer zeldzaam. Ze hebben een speciaal gen dat voor deze witheid codeert. Het verschil tussen een schimmel en een werkelijk wit paard is de kleur van de huid.
Schimmels hebben een zwarte huid, witte paarden hebben een roze huid. Witte paarden worden dan ook wit geboren en hebben witte haren of gebroken witte haren met een totaal gemis van enig andere haarkleur.
Witte paarden zijn heterozygoot met hun witte gen. Als een paardenfoetus twee witte genen heeft, is het niet levensvatbaar. Het zal al sterven in de baarmoeder.
De kleur veranderd ook niet sinds de geboorte van het veulen. Deze kleur is zeldzaam bij de PRE. Er zijn vier variëteiten bekend.
Albino (albino white), waarbij het paard rode ogen heeft. Albino's zijn lichtschuw en zien het best in schemerlicht. Als het paard blauwe ogen of glasogen heeft, dan worden ze ook wel cremello genoemd.
Porcelijnwit (porcelain white)
Zilverwit (silvery white)
Fletswit (dull white)
Buckskin (buckskin, baya)

Een vacht lijkend op geelachtig stro, met zwarte vlekjes en zwarte aalstreep over de rug. Zeldzaam bij een PRE.
Isabella (isabella, isabela)
Een vacht met een geelachtige kleur die voorkomt op een lichte of een donkere onderhuid. Met lichtere of donkere vlekjes van dezelfde kleur, maar nooit zwart van kleur. De donkere variant wordt goudisabella genoemd. De lichtere isabella heeft lichte manen en staart. Zelfs de hoeven zijn vaak licht gekleurd. Deze paarden staan bekent als de witte isabella. Als laatste bestaat nog de valk of valse isabella waarbij het geelachtige heel licht van kleur is. De staart en manen zijn zwart en ook de haren op de benen zijn donkerder van kleur.
Palomino (rat coloured, ratonero)
Palomino staat voor goudbruine vacht met witte manen en staart. Zeldzaam bij een PRE.
Asgrijs (Rat coloured, overo)
Een asgrijze vacht, met zwarte vlekjes en rugstreep. Zeldzaam bij de PRE en karakteristiek voor de ezels.
Voor deze samenvatting is gebruik gemaakt van een vertaling en foto's van de website Equi Andalusian.
| < Vorige | Volgende > |
|---|




























